Stichting WEBB

Verslag van een WEBB-bijeenkomst

Ouders zijn nogal eens op zoek naar begeleiding en ondersteuning. Dat is ook wat de stichting WEBB op diverse manieren aanbiedt. Dit verslag van de eerste bijeenkomst van de WEBB-cyclus in Eindhoven op 27 september 2003 geeft een indruk van de manier waarop een begeleide gespreksgroep voor ouders van hoogbegaafde kinderen zou kunnen lopen.

In het begin was er het voorstelrondje. Alle deelnemers en de begeleiders maakten op een groot vel papier een tekening van hun gezin. Bij de een werd dit een soort organigram, bij de ander een plaatje waarop van alles uitgebeeld werd. Wat zijn mensen toch verschillend!

Wat nuttige opmerkingen die ik voor mezelf heb gemaakt tijdens dit rondje:
Kijk naar wat elk kind specifiek nodig heeft: als ouder probeer je maatwerk te leveren. De plaats van het kind in het gezin speelt mee in zijn/haar ontwikkeling: als een ander kind uit het gezin een bepaalde rol op zich heeft genomen, dan is die plek al bezet en kiest een kind een andere rol. Bij voorbeeld: het oudste kind is sterk gericht op kennis verzamelen en het tweede kind ontwikkelt meer sociale vaardigheden.

De onderwerpen waar deze bijeenkomst over ging waren 'herkennen en testen van hoogbegaafde kinderen' en 'motivatie'. Als voorbereiding op deze bijeenkomst hebben de deelnemers hoofdstuk 1 tot en met 4 van het boek 'De begeleiding van hoogbegaafde kinderen' van James Webb gelezen. De bijeenkomst wordt begeleid door Lia Hottinga en Karel Jurgens van de stichting WEBB.

Na de kennismaking gingen we in 2-tallen uiteen om ervaringen te verzamelen bij het onderwerp:

Herkennen van hoogbegaafde kinderen

Op de 'handout' stonden drie vragen:

1. Is de hoogbegaafdheid van je kind op school gesignaleerd?
2. Hoe is de school vervolgens met dat gegeven omgegaan?
3. Ben je tevreden over wat er gebeurd is?

Daarna hebben we plenair alle reacties verzameld en besproken. Onze ervaringen:
- onze school bleek niet in staat hoogbegaafdheid (hb) te signaleren
- onze school reageert slecht op hb kinderen
- onze school komt de afspraken niet na (geen extra werk op niveau)
- een externe test versnelt het proces in school
- ouders kunnen ook aandringen op een test van de schoolbegeleidingsdienst met als doel hulp te krijgen van deze dienst hoe de leerkracht met je kind om dient te gaan
- een test wekt verwachtingen, de teleurstelling is groot als school er niets mee doet
- het blijft oppassen met de getallen die uit een IQ test komen: wat waren de omstandigheden van de test, wie deed de test, wat voor verschil is tien punten nu werkelijk?
- ouders zouden kunnen helpen het beleid te maken
- een open houding van leerkrachten en school (als instituut) is belangrijk
- hoewel ouders vaak het beste weten wat er met hun kind aan de hand is, kun je de leerkracht beter niet op die manier aanspreken maar meer als: hoe kunnen wij samen dit probleem oplossen
- blijven communiceren met school is erg belangrijk
- er zijn ook redelijk positieve ervaringen met leerkrachten.

H. blijkt nogal veel af te weten van het persoonsgebonden budget en het zgn. 'rugzakje'. Hij zet dit voor ons op papier.

Na de middag kwam het onderwerp 'Motivatie' aan de orde. Eerst was er een inleiding van Lia over 'belonen'.

Beloningssystemen

Op vroege leeftijd wordt het zelfbeeld van het kind door de omgeving bepaald, door ouders vooral. Kinderen kunnen een positief of negatief zelfbeeld ontwikkelen, negatief door veel kritiek en positief door het te prijzen.

Wat kun je als ouder doen om het kind te laten doen wat jij wilt?
- Thomas Gordon heeft daar een boek over geschreven: 'Luisteren naar kinderen'. Hij zegt dat je door ik-boodschappen te geven duidelijk kan maken hoe jij als volwassene het -stukje- van het gedrag van het kind niet goedkeurt en waarom niet.
- Je kunt het goede gedrag belonen en het slechte gedrag negeren. Dit kan met een vriendelijk woord, aai over de bol maar ook met stickers, cadeautjes enz.
- Je kunt een time-out inlassen: dat kan overkomen als straf bij een kind, je zou het ook als rustpauze kunnen gebruiken: "Je gaat even op de gang omdat ik je geschreeuw beu ben; als je afgekoeld bent wil ik er met je over praten".

Communicatie is essentieel. Hoe praat je met je kind?

Belangrijk is: jij begrijpt je kind en je kind begrijpt jou.

Gordon kijkt eigenlijk vanuit de volwassene. Lia mist hierbij de kijk vanuit het kind zelf.
Om dat duidelijk te krijgen kun je de 'GVDS' methode gebruiken. De letters vormen een geheugensteuntje voor vragen naar de belangrijkste ervaringen van je kind als er iets bijzonders is voorgevallen:
G = gevoel, hoe voelde jij je?
V = vinden, wat vond je ervan? (mening, normen en waarden)
D = denken, wat dacht je toen?
S = somatiek, waar in je lijf voelde je dit?
(deze volgorde kun je veranderen)
Je kunt hiermee een ervaring onder woorden laten brengen door een kind. Stimuleer het om zich te uiten, dan gaat het leren daar over na te denken. Veel kinderen zullen het misschien niet weten als je daarnaar vraagt, benadruk dan altijd dat ze het nog niet weten (het valt te leren).
Het effect van deze methode is dat het kind zich beter begrepen voelt, erkenning krijgt, zich geaccepteerd voelt en je kunt het makkelijker begrenzen.
Waar de oorzaak van een bepaald gedrag zit, is soms het moeilijk. Het kind kan het soms zelf niet aangeven. Het kind bijv. grenzen opzoeken, teveel frustratie hebben.

Het is belangrijk om na te denken over bij welk gedrag het nodig is het aan te pakken. En van de deelnemers beschreef een voorval: zoon van 10 wil met zakmes over een gevaarlijke sluis naar een geheime hut om te spelen. Naar aanleiding hiervan werd gevraagd: van wie is het probleem? Van jezelf of van je kind? Je kunt je afvragen:
1. Wil ik mijn kind tegemoet komen hierin en
2. Hoe doe je dat?

Een deelnemer geeft een mogelijkheid om het gedrag van het kind bij te sturen:
ij heeft een 'klok' gemaakt, die loopt van 1 tot 10. Als een kind iets goed doet, een punt erbij, gaat het fout dan gaat er een punt af. Bij 5 (in het midden) begint de klok, als die bij 0 aankomt heb je straf, als die bij 10 komt heb je iets verdiend. Dit zijn stapjes waarbij het kind invloed kan uitoefenen op het resultaat.

Motivatie

Dit onderwerp werd 'gestart' door Karel met de vraag: "Waar denk je aan bij motivatie?" Al snel stonden de volgende steekwoorden op de flip-over:
- van binnenuit
- van buitenaf
- willen
- doel
- zinnigheid
- waarom wil ik iets?

Wat doe je als blijkt dat de motivatie om naar school te gaan, er soms niet meer is? De discussie hierover leidde tot de vraag:

Wat denk je dat het allerbelangrijkste is voor je kind?
In de groep werden de volgende activiteiten genoemd:
- computertijd
- uit het keurslijf zijn
- zich prettig voelen
- leuke dingen doen
- TV kijken
- rust in het hoofd
- aandacht
- rechtvaardigheid
- begrepen worden
- dat anderen luisteren
Maar uiteindelijk weet ons kind het zelf het allerbeste.

De volgende vraag was:

Hoe kun je je kind helpen te bereiken wat het belangrijk vindt?
Als ouders kun je een aantal dingen uitvoeren, zoals:
- Je zegt tegen je kind dat het niet zozeer hard maar meer slim moet werken
- je leert je kind dat (en hoe) het wat indirecter mag zijn
- je kunt je kind even afleiden zodat de grootste druk er af is, het is makkelijk in contact te komen op ontspannen momenten
- je kunt de methode GVDS (zie elders in dit verslag) gebruiken
- je kunt een omgeving creeeren waarin ze hun ei kwijt kunnen
- misschien kun je in overleg het doel helpen verlagen
- je zou ook een stappenplan met je kind kunnen maken
- het kind zal geholpen zijn bij een realistisch beeld van zijn eigen mogelijkheden
- geef het kind gelegenheid om mee te denken, soms is het handig om iets met je kind voor te bereiden of te oefenen
- je kunt voor het kind zekerheden inbouwen (als je kind niet verder wil, dan stopt het) om het wat veiliger te maken
- Je kunt ook mede-leraren zoeken (wat in feite de leerkracht ook al is) zoals een sportleraar, cursusleider, grootouders, andere volwassenen (vrienden, familie), oudere kinderen, om een bepaald stukje opvoeding aan een ander over te laten.
- Je kunt proberen om het kind te leren omgaan met uitgestelde aandacht. (zie ook het boek van James Webb)

Met deze 'oogst' van de groepsdiscussie naderde de dag de afronding. Na een korte evaluatie kiest ieder van ons voor zichzelf het 'huiswerk'; dit houdt in dat iedere deelnemer uit hetgeen vandaag naar voren is gekomen een suggestie of methode uitkiest om de komende weken thuis te proberen. De ervaringen kunnen worden ingebracht aan het begin van de volgende bijeenkomst.

Belinda Theuns, deelnemer aan de WEBB-cyclus Eindhoven, herfst 2003.