Stichting WEBB

Meer over discipline

 

Aanvullingen bij hoofdstuk 5 van 'De begeleiding van hoogbegaafde kinderen'

 

Frank de Mink

 

Ouders leren hun kinderen al heel vroeg vaardigheden waar ze hun hele leven iets aan hebben. Hieronder behandelen we allereerst twee van de belangrijkste vaardigheden. Daarna geven we een aantal tips over hoe ouders de ontwikkeling van die vaardigheden kunnen bevorderen.

 

In 'De begeleiding van hoogbegaafde kinderen' komen de volgende onderwerpen aan de orde:

  • disciplineren is iets anders dan straf geven;

  • grenzen stellen;

  • natuurlijke consequenties;

  • opvoeden door middel van belonen;

  • gevoelens eerst, daarna discipline;

  • help uw kind zelf keuzes te leren maken;

  • richt u op het gedrag, niet op de persoon.

In deze aanvullingen worden de volgende suggesties besproken:

 

      1. Leer uw kind de vervulling van behoeften uit te stellen

      2. Leer uw kind om te gaan met regels en grenzen

      3. Als kinderen niet luisteren

      4. Zorg voor een bij de ontwikkeling passende beslissingsruimte

      5. Zorg voor de context van regels en emoties

      6. Kondig aan dat de tijd over is

      7. Luister naar het verzet en de reactie van uw kind

      8. Negeer overtredingen waarvoor u hebt gewaarschuwd

Top

 

1. Leer uw kind de vervulling van behoeften uit te stellen

 

Kinderen hebben er baat bij als zij al vroeg leren de vervulling van hun behoeften uit te stellen. Er is een bekend experiment van Mischel in de jaren '60 met vierjarige kinderen. Ze konden kiezen tussen ้้n marshmellow direct of twee marshmellows als ze twintig minuten konden wachten tot de leider van het experiment een ommetje had gemaakt. De kinderen die konden wachten deden allerlei dingen om de verleiding te weerstaan: ze hielden hun handen voor de ogen, gingen een liedje zingen, ze praatten tegen zichzelf, deden een spelletje en kregen de beloning na de eindeloze twintig minuten. De andere kinderen grepen zodra de experimentator weg was het snoep en aten het op. Mischel volgde de kinderen en onderzocht ze weer op twaalf- tot veertienjarige leeftijd. De kinderen die konden wachten bleken te zijn ontwikkeld tot effectieve en assertieve pubers. Ze konden goed tegen spanning en raakten niet in de war als ze niet direct kregen wat ze wilden bereiken. Ze hadden zelfvertrouwen en gedroegen zich onafhankelijk. De 30% kinderen die niet hadden kunnen wachten, hadden deze kwaliteiten veel minder. En die eigenschappen bleven gedurende de tien jaar daarna ook betrekkelijk constant.

Top

 

2. Leer uw kind om te gaan met regels en grenzen

 

Jonge kinderen onder de vijf jaar zijn sterk in het volgen van regels. Als iets op een bepaalde manier is gedaan, dan moet dat de volgende keer weer zo. Zorg thuis dat die regels er zijn om structuur te geven aan het leven. Maak van die regels een spel. Ook zelfstandig en onafhankelijk gedrag volgt bepaalde spelregels. Dat is bijvoorbeeld terug te vinden in het Montessori-onderwijs, waar kinderen zich zeer zelfstandig gedragen. Dit onderwijs is sterk regelgeleid: kinderen leren in de eerste jaren nauwkeurig hoe en wanneer ze de leerkracht mogen raadplegen, dat ze anderen niet mogen storen, wat ze moeten doen als een taak af is, enz.

 

Hoogbegaafde kinderen kunnen vroeg de neiging ontwikkelen om regels uit te dagen en te overtreden. We kennen ouders van hoogbegaafde kinderen waarbij het kind de ouders volledig domineerde en allen met die situatie zeer ongelukkig waren. Soms heeft u geen zin om weer uit te leggen waarom iets moet. Dan moet het gewoon omdat ๚ dat wilt: stop met discussi๋ren, ook al lijkt dat autoritair. U hoeft niet over alles te onderhandelen. Blijf zorgen voor structuur en grenzen. Kinderen hebben die grenzen nodig en worden ongelukkig als zij bij alles zelf die grenzen moeten zoeken. Bepalend voor een grens is niet, of u die zelf door controle zult kunnen nagaan. Het gaat om de helderheid waarmee u de grens communiceert. Zo zijn er ouders die geen grenzen stellen aan internetgebruik, alcohol en seks, omdat ze 'dat toch niet kunnen controleren'. Het criterium voor een grens moet de belangrijkheid zijn die u eraan toekent. Dat is wat u moet communiceren. U kunt zo uw kind leren oefenen met de grenzen. Zorg in elk geval voor grenzen die u zelf nodig hebt om goed te blijven functioneren en thuis uw werk te kunnen doen. U hoeft niet steeds uw kind bezig te houden. U hoeft niet steeds op alle vragen antwoord te geven. Daarvoor zijn bepaalde tijden en gelegenheden geschikt.

Top

 

3. Als kinderen niet luisteren

 

Het kan voor hoogbegaafde kinderen heel lastig zijn om zich in een huisgezin, waarin veel op elkaar is afgestemd, te moeten schikken naar regels en met anderen rekening te houden. Het is niet alleen moeilijk, het is ook vervelend. Het is niet verwonderlijk dat kinderen proberen onder regels en grenzen uit te komen, en daarin zijn hoogbegaafde kinderen soms meesterlijk. We zien soms dat ouders bespeeld worden, zonder dat ze dat in de gaten hebben. Hoe kunt u ervoor zorgen dat het eenvoudiger wordt voor uw kinderen om zich aan regels te houden en om zich van anderen iets aan te trekken? Dat is in elk geval nodig, willen ze opgroeien tot evenwichtige volwassenen. Hieronder volgen een aantal tips, ontleend aan: Als kinderen niet luisteren, een werkboek voor ouders van Hans Janssen (Boom, 1991).

 

Als kinderen niet luisteren zijn er twee globale invalshoeken:

  • Hoe te reageren als je kind niet luistert.

  • Hoe te voorkomen dat het kind in zo'n situatie komt.

In de volgende paragrafen komt eerst de tweede invalshoek aan de orde in drie tips, daarna de eerste in de laatste twee tips.

Top

 

4. Zorg voor een bij de ontwikkeling passende beslissingsruimte

 

Bij elke ontwikkeling past een eigen scala aan mogelijke beslissingen. Een kind van twee of drie jaar zult u niet vragen: "Wil je een toetje?" maar: "Wil je een appel of een peer?" U gaat er van uit dat het toetje nodig is en goed voor het kind, en laat het kind uit een overzichtelijk aantal mogelijkheden kiezen. U vraagt ook niet aan een kind van acht jaar: "Wil je eten?" maar: "Wat wil je eten?" U laat dus kiezen uit een gegeven aantal mogelijkheden. Een vijfjarige is meestal niet in staat om een geschikt kledingstuk te kiezen in een winkel, maar kan wel een keuze maken uit twee T-shirts, die de moeder geschikt vindt omdat ze passen bij andere kleding. Pas de beslissingsruimte aan bij wat uw kind aankan, ook al vindt u zelf dat het er niet toe doet wat uw kind kiest. Om te weten wat uw kind aankan zult u te rade moeten bij uw ervaringen met vorige beslissingen en bij andere ouders van hoogbegaafde kinderen. Zorg voor overzichtelijkheid, en oefen het kind om daarbinnen goede keuzen te maken.

 

Vaak is de beslissingruimte overzichtelijk te maken door een gedeelte daarvan door u te laten bepalen en een gedeelte door uw kind. Bijvoorbeeld: "Je mag in de bibliotheek zes boeken zelf kiezen, en dan kies ik er twee uit die je denk ik ook erg leuk vindt, om uit voor te lezen", hoorden wij eens een ouder tegen haar zesjarige dochter zeggen. Een ander voorbeeld: "Van 2 tot 4 uur doe je wat je zelf wilt, maar je blijft op je kamer; van 4 tot 5 uur help je mij met boodschappen doen en eten klaarmaken."

Top

 

5. Zorg voor de context van regels en emoties

 

Regels en grenzen zijn voor elke ouder-kindrelatie anders en ze zijn gebonden aan de context. Een kind hoeft niet overal precies dezelfde regels te volgen. Het is niet verkeerd wanneer bijvoorbeeld de oppas andere regels hanteert dan de ouders, als op de peuterspeelzaal of op school andere regels gelden dan de ouders aangeven of als vader iets andere grenzen stelt dan moeder. Regels horen ook voor een kind bij situaties en bij personen. Kinderen raken niet in de war als die regels verschillen. Wel zullen ze proberen bij de meest strenge situatie die regels te veranderen: "Dat mag van .... wel!" De beste reactie is dan: "Dat kan wel zijn, maar van mij mag het niet." Geef regels duidelijk als een 'ik-boodschap': "Ik wil het niet." of "Ik kan er nu niet tegen." Vermijd algemene formuleringen zoals: "Dat hoort niet."

 

Zeg welk gedrag niet mag en wijs op de mogelijke gevolgen. Let daarna op het gevoel dat uw kind bij u als ouder oproep als het de regel overtreedt. Slik de emoties en irritaties niet in. Wees duidelijk naar uw kind over uw gevoel in de vorm van een ik-boodschap: "Als jij dat doet, dan voel ik me ...." Zwak uw gevoelens niet af, maar overdijf ze ook niet. Laat uw kind ze ook voelen, zonder te vervallen in verwijten, beschuldigingen of afwijzingen.

Top

 

6. Kondig aan dat de tijd over is

 

Sommige ouders verlangen van hun kinderen dat die abrupt de activiteiten afbreken waarmee ze bezig zijn. Vaak begrijpen hun kinderen niet waarom dat van hen wordt gevraagd. Hun tijdsbesef is misschien wel goed ontwikkeld, maar ze vergeten de tijd als ze intensief bezig zijn. Kondig daarom aan dat er iets staat te gebeuren waarom zij moeten stoppen. bijvoorbeeld: "Over tien minuten is het tijd om naar bed te gaan", zodat de overgang niet te plotseling wordt. Uw kind moet de tijd krijgen zich los te maken van de activtiteit. Elke activiteit kent een periode van opbouwen en een periode van afbouwen. U kunt uw kind helpen bij dit afbouwen door samen te gaan opruimen of samen te bewonderen wat er is gemaakt. Richt dan de aandacht op de volgende periode: "Neem je straks ook je spullen mee naar boven?" Dit helpt uw kind om activiteiten in een tijdsperspectief te plaatsen.

Top

 

7. Luister naar het verzet en de reactie van uw kind

 

Het is waarschijnlijk dat uw kind zich bij een overtreding die door u wordt opgemerkt zal verdedigen. "Ja maar ... ik deed het niet expres", "Zo erg is het toch niet?", "Je moet niet denken dat ik een klein kind ben!". Ouders kunnen nu twee dingen doen: het verzet accepteren of het afkeuren. Bij accepteren luistert u naar wat uw kind te zeggen heeft. U herhaalt in uw eigen woorden wat uw kind te berde bracht, bijvoorbeeld: "Je zegt dat je er niets aan kunt doen?". Als ouders zo reageren, betekent dat niet dat ze de regels en grenzen loslaten. Ze zorgen dat er naar elkaar wordt geluisterd, en kunnen daarna heel goed alsnog met hun eisen komen. Wanner ouders het verzet afkeuren, bijvoorbeeld door te zeggen: "Zo, nog een grote mond ook!", wordt het moeilijk om naar elkaar te blijven luisteren. Als u op dat moment uw gevoelens niet opzij kunt zetten, wordt uw boosheid door de reactie van uw kind maatgevend voor uw reactie en niet de overtreding waar het om ging. U kunt beter uw boosheid even uitstellen en het verzet voor dat moment accepteren. Daarmee maakt u het uzelf mogelijk actief te luisteren. U vermijdt escalatie die het gevolg zou zijn van het stapelen van emoties, en u zult makkelijker uw doel bereiken ten aanzien van het stellen van grenzen.

Top

 

8. Negeer overtredingen waarvoor u hebt gewaarschuwd

 

Elke ouder herkent het gedrag dat bekend staat als 'uitproberen'. U hebt ergens voor gewaarschuwd, en onder uw ogen probeert uw kind de grens te overschrijden. Zeer waarschijnlijk probeert uw kind op deze manier uw aandacht te krijgen. Als u daar nu op ingaat, krijgt uw kind die negatieve aandacht, en leert het dat die zo is af te dwingen. Dan is het tijd voor negeren: sta op en loop rustig weg. Ga niet zuchten of mompelen: "Waar heb ik dit aan verdiend?". Weersta de verleiding om uw kind op te pakken en te dwingen te luisteren. Dat is allemaal waar uw kind onbewust op uit is. Door weg te lopen en te negeren merkt het kind dat het doel niet bereikt wordt. Het ongewenste gedrag zal daardoor langzaam uitdoven. Dat mag natuurlijk alleen bij ongevaarlijk gedrag. Het werkt ook alleen als kinderen duidelijk te horen hebben gekregen wat er niet mag en waarom niet. Ze begrijpen dan ook waarom u dit negeert. Dat is effectiever dan boos worden en ingrijpen. Door weg te gaan verandert u de situatie. Deze aanpak heet wel: time out, een korte onderbreking van het spel. Die hoeft maar een paar minuten te duren.

vorige   overzicht   volgende